Everest Tax

Wijziging standpunt schenkbelasting familiebedrijf

17/03/2016

Als eigenaar van een familiebedrijf kan men al enkele jaren genieten van een vrijstelling van schenkbelasting voor de schenking van een familiebedrijf. En van een vlak tarief in de erfbelasting van 3% (voor partners en rechte lijn) of 7% (voor overige verkrijgers) bij vererving ervan en dit onder gelijklopende toepassingsvoorwaarden.

Inning van de erf- en schenkbelasting familiebedrijf

Sinds 2015 is de Vlaamse Belastingdienst bevoegd voor de inning van de erf- en schenkbelasting. Dit op de overdracht van een familiebedrijf. De gunstregelingen zelf zijn terug te vinden in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Deze worden nader toegelicht in een Omzendbrief van 2012. Echter, recent kwam de Vlaamse Belastingdienst met een nieuwe Omzendbrief (Omzendbrief 2015/2) op de proppen, waarin één opmerkelijke koerswijziging is terug te vinden. Meer bepaald verandert de Vlaamse Belastingdienst haar standpunt met betrekking tot het gunststelsel bij de schenking onder opschortende voorwaarde van een familiebedrijf. We bekijken dit even dieper.

Praktijkvoorbeeld

In de praktijk wordt regelmatig beroep gedaan op zo’n schenking onder opschortende voorwaarde van een familiebedrijf. Te denken valt bijvoorbeeld aan een vader die zijn zaak wenst te schenken aan zijn zoon. Dit op voorwaarde dat deze eerst blijk geeft van enig doorzettingsvermogen en een diploma behaalt. Indien de zoon vervolgens zijn diploma behaalt, is de opschortende voorwaarde vervuld en krijgt hij de zaak.

Onder de Omzendbrief van 2012 stelde de Belastingdienst nog dat de toepassingsvoorwaarden en tarieven van het gunststelsel beoordeeld moesten worden op de datum waarop het recht door de Staat verworven geweest zou zijn indien de schenking onvoorwaardelijk was geweest. De toepassingsvoorwaarden moesten dus bekeken worden op het moment van de schenking zelf. In het hierboven gegeven voorbeeld zou de beoordeling dus al plaatsvinden nog voor de zoon daadwerkelijk zijn diploma behaalde.

Nieuwe visie

Eind 2015, onder invloed van een andere, maar logischere interpretatie van artikel 16 van het oude Vlaamse Wetboek Registratierechten veranderde de Belastingdienst haar visie. Vanaf nu zal de vervulling van de opschortende voorwaarde dienen als beoordelingsmoment. De beoordeling van de toepassingsvoorwaarden zal dus plaatsvinden op het moment dat de zoon zijn diploma daadwerkelijk behaalt. En niet reeds op het moment dat de vader te kennen gaf in een schenkingsakte zijn bedrijf te schenken als zijn zoon afstudeerde. (namelijk het moment van de schenking)

Deze koerswijziging van de Vlaamse Belastingdienst lijkt correct te zijn, maar vermindert de rechtszekerheid voor de belastingplichtige. Waar de schenker vroeger, bij een schenking onder opschortende voorwaarde van een familiebedrijf dat voldeed aan de toepassingsvoorwaarden op het ogenblik van de schenking, gerust kon zijn dat de vrijstelling van schenkbelasting onder alle omstandigheden zou blijven gelden, zal dit vandaag niet langer het geval zijn.

Restschenking

Onder meer voor de restschenking of fideïcommis de residuo zal dit gevolgen hebben. Deze restschenking geschiedt in twee stappen en komt erop neer dat een eigenaar zijn goederen opeenvolgend aan verschillende personen schenkt. Hij schenkt namelijk aan een eerste begiftigde, de bezwaarde (bijvoorbeeld de kinderen van de schenker). In de schenkingsakte stelt hij bovendien dat wat overblijft van die schenking, automatisch naar de tweede begiftigde, de verwachter (bijvoorbeeld de kleinkinderen van de schenker), gaat. Dit bijvoorbeeld bij overlijden van de eerste begiftigde.

Dubbele schenking

Beide categorieën begiftigden worden door de schenker in de schenkingsakte dus expliciet aangeduid. Het gaat bijgevolg om een dubbele schenking: enerzijds een schenking aan de bezwaarde onder ontbindende voorwaarde van zijn overlijden. Anderzijds een schenking van het residuo aan de verwachter onder opschortende voorwaarde van het overlijden van de bezwaarde.

Vrijstelling

De schenker zou onder de oude zienswijze van de Belastingdienst, indien op het ogenblik van de schenkingsakte de toepassingsvoorwaarden vervuld waren, gerust kunnen zijn dat hij zijn familiebedrijf vrij van schenk- en erfbelasting overlaat aan zijn kinderen en kleinkinderen. Dit terwijl hij nu die zekerheid niet langer heeft. Indien er op het moment van de restschenking aan de kleinkinderen niet voldaan zou zijn aan de toepassingsvoorwaarden van de vrijstelling, voltrekt er zich geen drama. Er is dan namelijk enkel schenkbelasting verschuldigd op het residuo. Dit geschiedt in het geval van een schenking van roerende goederen in de rechte lijn. Dit slechts tegen een tarief van 3%.

Lees hier ook andere blogitems.

Auteurs: Alexander Delafonteyne & Méhdi Zagheden

Share