Everest Tax

Voordeel alle aard bedrijfswoning: wat met het verleden?

In een vorig blogbericht (*) werd besproken hoe getracht werd de discriminatie bij voordelen van alle aard voor woningen weg te werken. Naar aanleiding hiervan, stelt zich de vraag wat er gebeurt met reeds gevestigde aanslagen.

Bezwaar

Tegen reeds gevestigde aanslagen kan de belastingplichtige bezwaar aantekenen. Het bezwaarschrift moet ingediend worden binnen een termijn van zes maanden. De administratie heeft bevestigd dat de bezwaarschriften zullen worden behandeld volgens een versnelde procedure.

Ambtshalve ontheffing

Als de bezwaartermijn van zes maanden verlopen is, zou men volgens de wet kunnen overgaan tot ambtshalve ontheffing. Deze termijn bedraagt vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de aanslag is gevestigd, ofwel in dit geval voor aanslagen gevestigd vanaf 1 januari 2015. Een voorwaarde voor de ambtshalve ontheffing is dat er sprake is van een overbelasting uit een nieuw feit.

Volgens de administratie bestaan de arresten van de hoven van beroep, die oordeelden dat de berekening van het voordeel van alle aard een discriminatie inhoudt, uit een wijziging in de jurisprudentie. Deze wijziging in jurisprudentie zou volgens de administratie geen nieuw feit uitmaken. Dergelijke verzoekschriften worden door de fiscus aldus stelselmatig afgewezen wegens het ontbreken van een nieuw feit.

Nochtans kan men afleiden uit eerdere rechtspraak en administratieve standpunten dat er wel sprake kan van een nieuw feit. Daar werd geoordeeld dat gerechtelijke uitspraken opgedeeld kunnen worden in enerzijds uitspraken over de interpretatie en toepassing van een rechtsnorm, wat wijziging van jurisprudentie uitmaakt, en anderzijds uitspraken over de geldigheid van een rechtsnorm, wat een nieuw feit betekent.

De arresten van de hoven van beroep van Gent en Antwerpen beoordeelden de (on)geldigheid van de betrokken regelgeving. De minister en de administratie hebben reeds uitdrukkelijk bevestigd dat deze rechtspraak gevolgd moet worden. Op basis hiervan staat vast dat de berekeningswijze van het voordeel van alle aard als ongrondwettig beschouwd moet worden. Hierdoor is er sprake van overbelasting. Hieruit kan afgeleid worden dat er wel degelijk sprake is van een nieuw feit, waardoor ambtshalve ontheffing gevraagd kan worden.

De Rechtbank van eerste aanleg te Gent oordeelde in dezelfde zin op 31 januari 2019. De rechtbank is van mening dat er wel degelijk sprake is van een nieuw feit. Dit vonnis keurt de stelselmatige afwijzing van de verzoekschriften door de fiscus af. Bijgevolg kan men zich bij het indienen van het verzoekschrift tot ambtshalve ontheffing beroepen op deze recente rechtspraak.

 

voordeel alle aard woning

KB van 7 december 2018

Het KB verklaart de vermenigvuldigingsfactor 2 in het kader van de woning als voordeel van alle aard (art 18, §3, 2. KB/WIB) van toepassing op de vanaf 1 januari 2019 betaalde of toegekende voordelen. Het laat met andere woorden het verleden ongemoeid. De Raad van State plaatste al vraagtekens bij de rechtsgrond voor dit KB. De Koning kreeg immers de bevoegdheid om te bepalen hoe op een forfaitaire wijze gewaardeerd kan worden, op voorwaarde dat dit de werkelijke waarde zo veel mogelijk benadert. In casu zou er enkel een onderzoek aan de hand van telefonische steekproeven met accountants gebeurd zijn en lijkt onwaarschijnlijk dat de vermenigvuldigingsfactor 2 resultaat is van grondig onderzoek dat de werkelijkheid zoveel mogelijk benadert.

Besluit

De ongrondwettelijke berekening van het voordeel van alle aard kan leiden tot een terugbetaling van de overbelastingen op twee manieren. Enerzijds kan men een bezwaarschrift indienen binnen een termijn van zes maanden. Als deze termijn verstreken is, kan anderzijds voor het verleden ambtshalve ontheffing gevraagd worden, en dit voor aanslagen gevestigd vanaf 1 januari 2015. Er kan hiervoor immers verdedigd worden dat er sprake is van een nieuw feit. De fiscus wees stelselmatig dergelijke verzoekschriften af wegens ontbreken van een nieuw feit. Recente rechtspraak bevestigde echter dat er wel degelijk sprake is van een nieuw feit. Hierdoor is het aan te raden om toch een verzoek tot ambtshalve ontheffing in te dienen tot terugbetaling van het in het verleden te hoog belaste voordeel van alle aard.

Auteurs: Alexander Delafonteyne & Elodie Blancke

Share
Tags: , ,