Everest Tax

Verjaring van strafvordering, geen vrijgeleide voor fiscale vervolging

15/01/2015

Personen die werden veroordeeld als daders of als medeplichtigen van misdrijven zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van de “ ontdoken belasting ” (art. 458, al. 1 WIB 1992).

Wat vooraf ging

In de rechtsleer wordt op unanieme wijze geoordeeld dat de ontdoken belasting geen interesten, geen belastingverhogingen, geen kosten of geen administratieve boeten behelzen. Ook het Hof van Cassatie oordeelde reeds in het verleden in dezelfde zin. Enkel de hoofdsom als dusdanig van de belasting zou derhalve door de hoofdelijk gehoudene verschuldigd zijn.

De hoofdelijke gehoudenheid tot het betalen van de ontdoken belasting bij een veroordeling wegens fiscale fraude is echter reeds geruime tijd aan felle kritieken onderhevig. Traditioneel beschouwt de rechtspraak de hoofdelijke gehoudenheid tot de ontdoken belasting immers als een civielrechtelijk gevolg van de strafrechtelijke veroordeling als mededader of medeplichtige aan een fiscaal misdrijf.

Huidige stand van de wetgeving

In de huidige stand van de wetgeving laat artikel 458 WIB92 de rechtbank derhalve niet toe om de gehoudenheid tot de ontdoken belasting te individualiseren in functie van het aandeel in het fiscaal misdrijf.

Het Grondwettelijk Hof heeft in het arrest 2009/099 van 18 juni 2009 gesteld dat er geen schending is van de artikelen 10 en 11 G.W. vanuit de premisse dat de hoofdelijke gehoudenheid tot de ontdoken belasting dient te worden beschouwd als een “straf”. Volgens het Grondwettelijk Hof is de hoofdelijke gehoudenheid in wezen een burgerrechtelijke maatregel die niet als een straf in de zin van artikel 6 E.V.R.M. kan worden aanzien.

Gelet op het feit dat de hoofdelijke gehoudenheid geen straf is, heeft de wetgever volgens het Grondwettelijk Hof dan ook de artikelen 10 en 11 G.W.  niet geschonden door niet te voorzien dat de strafrechter rekening mag houden met het individueel aandeel in het misdrijf bij de veroordeling tot de hoofdelijke gehoudenheid tot de ontdoken belasting. Het Grondwettelijk Hof heeft deze rechtspraak ondertussen ook bevestigd in het arrest 105/2009 van 9 juli 2009.

Het Hof van Cassatie oordeelt thans in een recentelijk arrest van 14 mei 2014 zich baserend op voornoemd arrest van het Grondwettelijk Hof, dat de hoofdelijke gehoudenheid voor daders of medeplichtigen tevens geldt ingeval van verjaring van de strafvordering. Het begrip ‘veroordeling’ in deze context omvat volgens het Hof immers ook de beslissing waarbij enkel de feiten bewezen verklaard zijn, doch geen bestraffing volgt wegens verjaring.

Dit arrest zal als muziek in de oren klinken voor de fiscale administratie, specifiek voor die dossiers waar de fiscus voor de strafrechter het onderspit heeft moeten delven.

Lees hier ook andere blogitems.

Share