Everest Tax

De Panama-papers

08/04/2016

Met de Panama-papers worden de internationale vermogensstructuren andermaal geviseerd.

De vraag is of hierbij steeds sprake is van fraude, hoe de Belgische fiscus hiermee kan omgaan, en of de manier waarop deze gegevens bekomen werden een invloed kan hebben op de bruikbaarheid van de inlichtingen.

Oorzaken

Vooreerst is het zo dat de redenen waarom een vermogen in buitenlandse structuur, zoals bijvoorbeeld een Panamese vennootschap, ondergebracht wordt, heel verscheiden kunnen zijn.

Vaak worden landen of structuren met weinig transparantie niet om fiscale reden opgezocht. Ze worden bijvoorbeeld opgezocht om een vermogen af te schermen van bv. aansprakelijkheden (bv. beroepsaansprakelijkheid van dokters) of van overheden in minder stabiele landen.

Dit neemt niet weg dat het fiscale aspect hierbij ook een grote rol kan spelen.
Zo kan een vermogen dat een zwarte- of een gedeeltelijk zwarte herkomst heeft, verborgen gehouden worden voor de fiscale administratie in een land dat geen gegevens uitwisselt.
Vaak worden er zelfs vermogens die een volledig legale oorsprong hebben ondergebracht. Hiermee wordt getracht om een belasting op het vermogen of om de opbrengsten van het vermogen (zoals bv. de roerende voorheffing) tegen te gaan.
Het gebrek aan transparantie kan tot slot misbruikt worden om zwart geld wit te wassen. Hierbij wordt het zwart geld ondergebracht in een Panamese vennootschap die het op haar beurt bv. uitkeert als (wit) dividend aan haar aandeelhouders.
Dat Panama een aantrekkelijk ondernemersklimaat heeft, en een relatief gunstig fiscaal regime met bv. 10% roerende voorheffing op dividenden of een vennootschapsbelasting van 1.17% op het bruto belastbaar inkomen, is uiteraard een bijkomende troef.

Internationale gegevensuitwisseling

Sedert de bankencrisis van 2008 werd het internationale fiscale landschap grondig hertekend. Er werden talrijke initiatieven genomen en verdragen gesloten om de mondiale fiscale gegevensuitwisseling te vergroten.

Zo werd in de schoot van de OESO de COMMON REPORTING STANDARD (CRS) vastgelegd waarbij tussen 47 landen een uniforme standaard werd afgesproken voor de automatische uitwisseling van gegevens van rekeninghouders, tegoeden en beleggingen.

Panama maakt echter nog geen deel uit van deze COMMON REPORTING STANDARD.
Parallel aan de CRS werden in de schoot van de OESO ook zogenaamde TIEA’s of TAX INFORMATION EXCHANGE AGREEMENTS afgesloten. Hierbij wordt tussen de betrokken landen, op verzoek of automatisch, fiscale informatie uitgewisseld.
Met België werd nog geen TIEA afgesloten.

Verder wordt in talrijke dubbelbelastingverdragen een luik gegevensuitwisseling voorzien. Panama had aanvankelijk zo goed als geen enkel dubbelbelastingverdrag afgesloten.
Met België werden in september 2015 de onderhandelingen aangevat tot het sluiten van een dubbelbelastingverdrag.

Als ‘incentive’ voor meer fiscale gegevensuitwisseling worden grijze en zwarte lijsten opgesteld van landen die als belastingparadijs aanzien moeten worden. Het criterium dat hiervoor gehanteerd wordt, is mate fiscale transparantie van deze landen.
Deze lijsten zijn onder meer van belang voor de banksector. Zo zullen bijvoorbeeld financiële transacties met landen die op de zwarte of grijze lijsten staan moeilijker door banken in Europa of de Verenigde Staten toegelaten worden.
Panama werd in 2009 door de OESO op de grijze lijst geplaatst wegens het gebrek aan transparantie, en het faciliteren van witwaspraktijken.

In juli 2011 werd Panama van de grijze lijst gehaald, nadat het het vereiste minimum van 12 verdragen had afgesloten.
Zo werden TIEA’s afgesloten met de Verenigde Staten, Canada, Frankrijk, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Finland, IJsland, Groenland en de Faeröer-eilanden.
Dubbel belastingverdragen werden aangegaan met Japan, Zuid-Korea, Singapore, Portugal, Italië, Israël, Ierland, Nederland, Spanje, Tsjechië, VAE, Verenigd Koninkrijk.

Aangifteplicht

Naast de verruimde internationale gegevensuitwisseling is het van belang te vermelden dat in België ook een verruimde aangifteplicht geldt voor:

  • Buitenlandse rekeningen waarvan een belastingplichtige titularis is.
    Deze aangifteplicht is niet van toepassing op rekeningen van een Panamese vennootschappen opgericht door een Belgisch rijksinwoner.
  • Betalingen van meer dan 100.000 € door vennootschappen gedaan aan een belastingparadijs.
    Als belastingparadijs wordt aanzien, landen met belastingvrijstelling of landen waarvan het nominaal tarief van de vennootschapsbelasting lager is dan 10%. Maar ook landen die niet voldoen aan de OESO-standaard voor de uitwisseling van fiscale inlichtingen, worden hier beschouwd als belastingparadijs.
    De lijst van belastingparadijzen werd met het KB van 1 maart 2016 geactualiseerd. Panama komt op deze lijst niet voor.
  • Private vermogensstructuren
    Deze aangifteplicht heeft vooreerst betrekking op Trusts en fiduciaire verhoudingen, ongeacht het land waarin deze gevestigd zijn. Trusts in Panama vallen dan ook sedert 2015 onder de aangifteplicht in de Belgische personenbelasting.
    Daarnaast heeft deze aangifteplicht heeft vooreerst betrekking op vennootschappen gevestigd in een belastingparadijs (land zonder inkomstenbelastingen). De aangifteplicht heeft ook betrekking op landen met een fiscaal gunststelsel (inkomstenbelastingen lager dan 15%). Voor Panama heeft deze aangifteplicht enkel betrekking op Panamese ‘Fundación de interés privado’ en ‘International Business Company’. Een Panamese Limited waarvan een Belgisch Rijksinwoner aandeelhouder is valt dus niet onder deze aangifteplicht.
    De aangifte van deze private vermogensstructuren leidt uiteindelijk tot taxatie van de opbrengsten in deze structuren bij de oprichters of begunstigden, in het kader van de Kaaimantaks.

Rechtmatig?

Deze op vandaag beperkte gegevensuitwisseling wordt nu doorkruist door het lek van de gegevens in de zogenaamde ‘Panama-papers’.
Op vandaag is het alles behalve duidelijk of deze gegevens op een legale manier bekomen werden.
De vraag is dan ook of de fiscus en het parket onrechtmatig bekomen informatie mogen gebruiken voor taxatie en vervolging.

Hiervoor moet teruggegrepen worden naar de fameuze Antigoon-leer. Op basis van deze theorie kan onrechtmatig bekomen bewijs enkel voor taxatie gebruikt worden, als de overheid als een behoorlijk handelende overheid opgetreden heeft of indien het recht op een eerlijk proces van de belastingplichtige in het gedrang komt.
Indien tot taxatie overgegaan zou worden op basis van gegevens die gestolen werden, en waarvan de belastingplichtige de rechtmatigheid niet kan controleren, kan dit de onrechtmatigheid van het bewijs met zich meebrengen.
Indien de fiscale administratie op deze manier gegevens bekomt die ze anders op basis van de onderzoeksbevoegdheden waarover zij beschikt niet zou kunnen verkrijgen, kan er ook sprake zijn van onrechtmatig verkregen bewijs.
Belangrijk bij de beoordeling hiervan is dat er op vandaag tussen België en Panama nog geen verdragen bestaan die dergelijke gegevensuitwisseling toelaten. Hierdoor kan de Belgische fiscale administratie deze informatie niet van de Panamese overheid bekomen.

Opheffing bankgeheim

De internationale verontwaardiging mist blijkbaar zijn effect niet. De Panamese regering kondigde immers aan vanaf 2018 over te gaan tot een automatische uitwisseling van fiscale gegevens. Dit komt neer op de opheffing van het Panamese bankgeheim.

Als besluit kan dan ook gesteld worden dat de ‘Panama-papers’ niet zo zwart-wit zijn als ze in de media voorgesteld worden.

Auteurs: Alexander Delafonteyne & Méhdi Zagheden

Share
Tags: , , , , , ,