Everest Tax

Nieuw beleid omtrent ‘ regularisaties ’ – Wie braaf is krijgt lekkers!

08/05/2015

Eerder kondigden we al aan dat de Bijzondere Belastinginspectie een eenvormig beleid aangenomen had voor spontane regularisaties bij haar dienst.

Wat de richtlijn hieromtrent precies inhoudt werd ondertussen door de Minister van Financiën verduidelijkt in de Kamercommissie Financiën.

De fiscus maakt hierbij een onderscheid tussen verjaarde- en niet verjaarde inkomsten.

– Niet-verjaarde inkomsten:

In geval van regularisatie van niet-verjaarde inkomsten zal de fiscale kostprijs afhankelijk zijn van de aard van het inkomen:

• Roerend-, onroerend- en divers inkomen

Voor deze inkomsten wenst de BBI steeds de regularisatie van de inkomsten die gedurende de afgelopen 7 jaar niet aangegeven werden. Concreet houdt dit in dat  teruggegaan kan worden tot inkomsten behaald in het jaar 2008. De inkomsten voor het jaar 2014 kunnen uiteraard nog gewoon aangegeven worden in de personenbelasting.

Dit inkomen wordt tegen het normale tarief in de personenbelasting belast, met dien verstande dat bij de taxatie steeds een belastingverhoging van 50% zal toegepast worden.

Bij de berekening van deze belasting zullen ook de nalatigheidsinteresten toegepast worden te rekenen vanaf het ogenblik dat de belasting normaal verschuldigd was.

Nieuw t.o.v. de oude regularisaties is dat de fiscus nu wel verrekening aanvaardt van de in het buitenland ingehouden woonstaatheffing. Deze verrekening zal echter nooit zo toegepast worden dat een teruggave kan plaatsvinden door de Belgische fiscus. Of dit in overeenstemming is met de Europese wetgeving is nog maar de vraag…

• Beroepsinkomsten en BTW

Voor wat betreft niet-aangegeven beroepsinkomsten en BTW gaat de BBI voor de taxatie ook 7 jaar terug in de tijd.

Het verschil met de roerende –, onroerende – en diverse inkomsten is dat hiervoor slechts een belastingverhoging van 20% opgelegd wordt, en dat de nalatigheidsinteresten niet retroactief toegepast worden.

Dat hier geen belastingverhoging van 50% of meer toegepast wordt, is ingegeven door de overweging dat een belasting van het beroepsinkomen tegen het progressieve tarief (vaak meer dan 50%), meer een dergelijke belastingverhoging, de toepassing van de BTW, de retroactieve nalatigheidsinteresten en de sociale zekerheidsbijdragen, er in de praktijk zou op neerkomen dat quasi het volledige inkomen wegbelast zou worden. Een dergelijk resultaat zou uiteraard niet bevorderlijk zijn voor de spontaneïteit van de aangifte.

– Verjaarde inkomsten:

De fiscus heeft ook standpunt ingenomen omtrent de regularisatie van inkomsten die niet meer binnen de normale taxatietermijn belast kunnen worden (bv. 7 jaar voor personenbelasting).

Als de belastingplichtige aannemelijk kan maken dat deze inkomsten het ‘verrechtvaardigd fiscaal regime’ hebben ondergaan, zal de Bijzondere Belastinginspectie afzien van taxatie hiervan.

Het eerste dat hierbij opvalt is dat de bewijslast bij de belastingplichtige gelegd wordt, en dat hij aannemelijk moet maken dat alles wat buiten de fiscale verjaringstermijn valt toch belast werd. Dit is opmerkelijk, aangezien het een omkering van de bewijslast betreft die geen enkele wettelijke grondslag kent.

Verder is het niet duidelijk wat met ‘aannemelijk maken’ verwacht wordt van de belastingplichtige. Moet hij voor iedere eurocent bewijzen dat er belastingen betaald werden, of is een aannemelijk verhaal voldoende? Het valt te vrezen dat alleen al op dit punt van de HET beleid van de verschillende BBI-administraties zal verschillen

Indien de verjaarde inkomsten niet het ‘verrechtvaardigde fiscale regime’ ondergaan hebben, zal dit kapitaal in zijn totaliteit belast worden als diverse inkomstenan 33%, meer een belastingverhoging van 10%.

Het kapitaal wordt dan ook blijkbaar aanzien als een divers inkomen dat per 31 december 2007 behaald werd.

– Successierechten

Een bijzonder probleem stelt zich op het vlak van de niet-aangegeven successierechten, en wel omdat de bevoegdheden hieromtrent sedert 1 januari 2015 overgedragen werden naar de Vlaamse Belastingdienst.

Hierbij maakt de fiscus ook een onderscheid tussen verjaarde- en niet verjaarde successierechten. Opmerkelijk bij dit onderscheid is dat de hierbij gehanteerde verjaringstermijn slechts 7 jaar bedraagt, en niet 10 jaar, wat nochtans de maximale termijn is van toepassing voor successierechten.

• Niet-verjaard

Rekening houdend met het bovenstaande standpunt van de administratie zijn de successierechten momenteel niet verjaard op overlijdens vanaf 1 september 2007.

Op dergelijke niet-aangegeven nalatenschappen zal de Bijzondere Belastinginspectie het normale tarief successierechten toepassen meer boeten en nalatigheidsinteresten die vastgelegd zullen worden in overleg met, voor Vlaanderen, de Vlaamse Belastingdienst.

• Verjaard

Van verjaarde nalatenschappen is er sprake bij overlijdens tot en met 31 augustus 2007.

Hiervoor zal de Bijzondere Belastinginspectie ook steeds de vraag stellen of deze nalatenschappen het ‘verrechtvaardigde fiscale regime’ ondergaan hebben.

Kan ‘aannemelijk gemaakt’ worden dat dit zo is, zal deze nalatenschap niet getaxeerd worden.

Is dit niet het geval, dan zal deze nalatenschap, net zoals het andere ‘niet-verrechtvaardigde kapitaal belast worden  aan 33%, meer een belastingverhoging van 10%.

– Procedure

• Een eerste vereiste voor de Bijzondere Belastinginspectie is dat de er spontaan aangifte gedaan wordt. Onregelmatigheden die aan het licht komen ter gelegenheid van een controle kunnen dus niet automatisch belast worden volgens het bovenstaande regime.

• Alle aangiftes zullen gecentraliseerd worden bij het hoofdbestuur die ze overmaakt aan de lokale BBI-administratie.

• Bij de afhandeling zal de BBI rekening houden met het feit of de belastingplichtige al dan niet akkoord gaat met de voorgestelde taxatie:

Indien de belastingplichtige uitdrukkelijk akkoord gaat met de voorgestelde taxatie, dan zal de Bijzondere Belastinginspectie aan het Openbaar Ministerie vragen om zelf het dossier af te handelen, en dus geen strafvervolging in te stellen. Het Openbaar Ministerie zal ook  enkel gecontacteerd worden als het noodzakelijk blijkt of als de belastingplichtige hierom vraagt.

Voor buitenlandse structuren waar het vermogen in onder gebracht is, zal aan de belastingplichtige gevraagd worden een verklaring af te leggen omtrent het voortbestaan hiervan.

ü Indien de belastingplichtige daarentegen niet uitdrukkelijk akkoord gaat met de door de Bijzondere Belastinginspectie voorgestelde taxatie, zal voor het ‘niet-verrechtvaardigde kapitaal’ aan het Openbaar Ministerie gevraagd worden om strafvervolging in te stellen.

Voor wat betreft de fiscaal niet-verjaarde inkomsten van de laatste 7 jaar is de mogelijkheid van kwijtschelding van nalatigheidsinteresten uitgesloten, en zal voor beroepsinkomsten een belastingverhoging van 50% gehanteerd worden.

– Conclusie

De interne richtlijn heeft het voordeel dat de Bijzondere Belastinginspectie tracht de rechtsonzekerheid weg te nemen door het beleid van de verschillende diensten op elkaar af te stemmen. Deze rechtszekerheid kent duidelijk ook zijn prijs, want de belastingplichtige ziet met dit beleid zijn rechten op verschillende punten ingeperkt.

In praktijk blijkt ondertussen dat het beleid nog steeds kan verschillen van dienst tot dienst.

Wie braaf is krijgt lekkers…

Share