Everest Tax

Grondwettelijk Hof vernietigt taks op omzetting effecten aan toonder

23/04/2015

Het Grondwettelijk Hof vernietigde op 5 februari 2015 de taks op de omzetting van de aandelen aan toonder. Hierdoor kunnen ten onrechte betaalde taksen terug gevorderd worden.

Het Grondwettelijk Hof oordeelde op 5 februari 2015 dat de taks die eind 2011 ingevoerd werd op de omzetting van de aandelen aan toonder, in strijd is met de Europese regels inzake belasting op kapitaal.

Wat voorafging

Sedert 2005 kunnen geen aandelen aan toonder meer uitgegeven worden.

Voor de bestaande toondereffecten van niet-beursgenoteerde ondernemingen werd in een uitdoofscenario voorzien. Deze effecten moesten tegen uiterlijk 31 december 2013 omgezet worden, in ofwel effecten op naam, ofwel gedematerialiseerde effecten.

Eind 2011 werd onverwacht ingegrepen in deze overgangsregeling. Er werd toen een taks ingevoerd op alle effecten die in 2012 of 2013 omgezet zouden worden in effecten op naam of gedematerialiseerde effecten. Deze taks bedroeg, voor 2012 1% op de waarde van het effect, voor 2013 was dit 2%.

Dit had eind 2011 een massa omzettingen tot gevolg, en dit teneinde te vermijden dat in 2012 of 2013 de taks nog verschuldigd zou zijn.

Deze taks lokte ook heel wat kritiek uit.

Zo werd de overheid verweten het vertrouwen geschaad te hebben van de houder van de effecten, die ervan uit gingen dat hij nog tot eind 2013 de tijd had om de omzetting te doen, zonder dat hieraan sancties verbonden waren.

Een tweede kritiek was dat deze taks indruist tegen de Europese regels inzake de belasting op het bijeenbrengen van kapitaal.

Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof onderzocht dit tweede punt van kritiek, en vroeg het het Europese Hof van Justitie om een standpunt.

Het Hof van Justitie sprak zich hierover begin oktober 2014 uit, en oordeelde dat de verplichte omzetting van aandelen aan toonder in essentie de uitgifte van aandelen uitmaakt, waardoor een belasting geheven wordt op de uitgifte zelf van het effect. Het Hof van Justitie kwam dan ook tot het besluit dat de belasting niet te rijmen valt met de Europese Kapitaalbelasting-Richtlijn.

Met het arrest van 5 februari 2015 volgt het Grondwettelijk Hof nu dit standpunt, en oordeelt op haar beurt dat de omzettingstaks in strijd is met de Europese Kapitaalbelasting-Richtlijn, en vernietigd moet worden.

Gevolgen

Het gevolg hiervan is dat iedereen die de omzettingstaks betaalde, deze kan terug vorderen.

Dit kan op twee manieren.

Vooreerst voorziet het Wetboek Diverse Rechten en Taksen (het wetboek dat de omzettingstaks bevatte) in de mogelijkheid om een vordering in te stellen waarmee de betaalde taks teruggevorderd wordt. Deze terugbetaling moet gevraagd worden aan de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen van Brussel.

Het nadeel hierbij is dat deze vraag binnen de twee jaar te rekenen vanaf de dag dat de taks betaald werd, gesteld moet worden. Voor een deel van de betaalde omzettingsbelastingen zal deze mogelijkheid tot terugvordering dan ook reeds verjaard zijn.

De persoon die de taks betaald heeft, kan de terugbetaling hiervan vorderen. In het geval van aandelen aan toonder zal dit de vennootschap in kwestie zijn.

Indien bovenstaande mogelijkheid verjaard zou zijn, kan het verzoek tot terugvordering aan de gewestelijk directeur gericht worden op basis van de Bijzondere Wet op het Grondwettelijk Hof. Deze Wet voorziet, voor de terugvordering van de taks, in een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de publicatie in het Belgische Staatsblad van het arrest van het Grondwettelijk Hof. Concreet houdt dit in dat het verzoek tot terugvordering uiterlijk 27 augustus 2015 aan de gewestelijk directeur in kwestie overgemaakt moet zijn.

Share