Everest Tax

Gratis ter beschikking stellen van een woning door een vennootschap

10/04/2018

Indien een bedrijfsleider een privé-woning – die eigendom is van zijn vennootschap – gratis bewoont, wordt de bedrijfsleider geacht een voordeel in natura te verkrijgen van zijn vennootschap.

Dit voordeel (zgn. “voordeel alle aard”) wordt in beginsel belast volgens de normale tarieven in de personenbelasting. De vraag is: hoe moet dit voordeel in natura precies worden gewaardeerd? Het antwoord ligt in artikel 36, lid 1 WIB 92 dat simpelweg stelt dat het voordeel moet worden gewaardeerd “volgens zijn werkelijke waarde”.

Problematiek

In beginsel veronderstelt de fiscale wet dus dat U een schattingsverslag laat opmaken door een erkend (VLABEL) landmeter-schatter, die een rapport opstelt omtrent de werkelijke maandelijkse huurwaarde van het pand en dat U deze huurwaarde dus neemt als basis voor het zgn. “voordeel alle aard”.

Evenwel stelt artikel 36, lid 2 WIB 92 dat voor welbepaalde – bij Koninklijk Besluit – opgesomde voordelen, er mag worden afgeweken van de voormelde methode en men zijn toevlucht mag nemen tot een forfaitair (op basis van het KI) gewaardeerd voordeel alle aard.

De Koning heeft o.m. voor de privé ter beschikking stelling van onroerende goederen, dergelijke forfaitaire waarderingsmethode opgesteld, met name in artikel 18 KB/WIB 1992.

Het is evident dat door de band genomen een dergelijk forfaitair gewaardeerd voordeel, een pak interessanter zal zijn dan een werkelijk gewaardeerd voordeel, nu de KI’s in het algemeen een pak lager zijn dan de werkelijke huurwaardes. Evenwel heeft de Koning een onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin een woning ter beschikking wordt gesteld door een eenmanszaak (natuurlijke persoon) dan wel door een vennootschap (rechtspersoon).

In geval van terbeschikkingstelling van een woning door een natuurlijk persoon wordt het voordeel als volgt bepaald:

  • Geïndexeerd KI x 100/60

Maar in geval van terbeschikkingstelling door een rechtspersoon geldt de volgende berekeningswijze:

  • Geïndexeerd KI x 100/60 x 3,8 indien niet-geïndexeerde KI > 745 EUR

Indien een vennootschap een woning ter beschikking stelt aan haar bedrijfsleider, wordt het voordeel dus maar liefst bijna vier maal hoger gewaardeerd dan indien een eenmanszaak deze woning ter beschikking stelt.

Rechtspraak

De rechtspraak heeft geoordeeld dat deze discriminatie ongrondwettig is.

Zowel het Hof van beroep te Gent (Gent 24 mei 2016), als het Hof van beroep te Antwerpen (Antwerpen 24 januari 2017) oordeelden dat het onderscheid tussen terbeschikkingstelling door rechtspersonen en door natuurlijke personen bij de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard woning discriminerend en ongrondwettelijk is in die mate dat het voordeel op een hoger bedrag wordt gewaardeerd als het een rechtspersoon is die het gebouw ter beschikking stelt. Volgens de rechtspraak bestaat er geen redelijke en objectieve verantwoording voor dit onderscheid. De ongrondwettig bevonden bepaling uit het KB/WIB werd buiten toepassing gelaten op grond van artikel 159 van de Grondwet en de betwiste aanslagen werden vernietigd.

Daarmee was de kous evenwel niet af.

De fiscus – nu zij inzag dat de forfaitaire waarderingsmethode door de rechtspraak werd afgeschoten – legde in de zaak die aanleiding had gegeven tot hoger gemeld (tussen) arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 24 mei 2016 een zgn. subsidiaire aanslag voor. Een subsidiaire aanslag is mogelijk wanneer een aanslag wordt vernietigd (zoals bij tussenarrest van Hof van beroep te Gent) om een andere reden dan de verjaring. De fiscus krijgt dan een herkansing.

Concreet argumenteerde de fiscus dat – als de forfaitaire waarderingsmethode niet kon worden toegepast – men dan maar ‘back to basics’ moest gaan en het voordeel alle aard moet worden gewaardeerd op haar werkelijke (huur)waarde in toepassing van artikel 36, lid 1 WIB92. Dit werd echter afgewezen door het Hof.

Het Hof van beroep te Gent heeft in een arrest van 20 februari 2018 geoordeeld dat – gelet op de vastgestelde schending van het gelijkheidsbeginsel – wel degelijk de algemene (gunstigere) regel van de forfaitaire waardering van de ter beschikking stelling van een woning door een natuurlijke persoon moet worden toegepast.

Geen onderscheid meer dus tussen de situatie waarbij een woning wordt ter beschikking gesteld door een eenmanszaak dan wel door een vennootschap. Ook geen (verplichte) waardering dus op grond van de werkelijke waarde.

De media [1] hebben daarop bericht dat Minister Van Overtveldt zou beslist hebben om het onderscheid ongedaan te maken. Er wordt melding gemaakt van een belastingverlaging (waarbij vermoedelijk het voordeel op het algemeen niveau van de ter beschikking stelling door een natuurlijk persoon zou worden geplaatst).

Toekomst

Naar de toekomst toe heeft de Minister van Financiën in elk geval een wetswijziging aangekondigd.

Welke vorm deze wijziging zal aannemen is nog onzeker.

Recent bleek nog dat de Minister van Financiën zijn administratie opdracht heeft gegeven om over te gaan tot een juridische en budgettaire analyse van de voorgenomen wetswijziging en dat zodra deze analyse is afgerond een voorstel voor een definitieve oplossing zal worden ingediend bij de regering.

Verleden

Voor het verleden lijkt er geen twijfel dat – gelet op de voormelde rechtspraak – het voordeel verleend door vennootschappen momenteel alleen kan worden berekend door het geïndexeerde KI te vermenigvuldigen met 100/60 (zonder multiplicator 3,8).

Belastingplichtigen die zich in een gelijkaardige situatie bevinden kunnen de ongrondwettelijk bevonden berekening van het voordeel van alle aard aanvechten door een bezwaarschrift in te dienen tegen de gevestigde aanslag.

Dit bezwaar moet dan wel worden ingediend binnen de zes maanden te rekenen vanaf de derde werkdag na de verzending van het aanslagbiljet, en dient gemotiveerd te zijn.

Wat indien de bezwaartermijn van zes maanden inmiddels is verstreken?

In dat geval kan een zgn. verzoek tot ambtshalve ontheffing worden ingediend voor de overbelastingen die voortvloeien uit materiële vergissingen, uit dubbele belasting of uit afdoende bescheiden of feiten waarvan het laattijdig overleggen of inroepen door de belastingplichtige wordt verantwoord door gewettigde redenen. Een dergelijk verzoek kan worden ingediend tot een termijn van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd.

Evenwel bepaalt de wet uitdrukkelijk dat een wijziging in de rechtspraak geen nieuw feit uitmaakt dat toelaat om (buiten de bezwaartermijn) middels een verzoek tot ambtshalve ontheffing op eerdere aanslagen terug te komen.

Een dergelijk verzoek indienen onder verwijzing naar de voormelde arresten van het Hof van beroep te Gent en Antwerpen zal dus geen soelaas brengen. Evenwel zou het nieuwe standpunt van de Minister van Financiën, waarbij uitdrukkelijk wordt bevestigd dat momenteel de berekening van het voordeel voor rechtspersonen wordt gelijkgeschakeld op het niveau van natuurlijke personen, kwalificeren als een nieuw feit zodat een ambtshalve ontheffing in dat geval toch mogelijk lijkt.

Jonas Helaut

Advocaat

jonas.helaut@everest-law.eu

Louizalaan 283/19, 1050 Brussel
t. +32 (0)2 640 44 00

everest-tax.be

[1] De Tijd 7/03/2018 ‘Van Overtveldt maakt Di Rupo’s belastingverhoging voor woningen ongedaan’

Share
Tags: ,