Everest Tax

Geen wettelijke hypotheek tijdens opschorting op basis WCO -wet

15/03/2016

Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 18 februari 2016 een einde gesteld aan de praktijk van de fiscus om een hypothecaire inschrijving te nemen. Dit gedurende de opschorting van een WCO -procedure.

Aldus wordt de gelijkheid onder de schuldeisers en meer bepaald fiscus en private schuldeisers verder doorgevoerd.

WCO

In 2009 werd de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen (de WCO) ingevoerd. Deze wet poogde de doelstelling van de vrijwaring van de economische continuïteit van ondernemingen in moeilijkheden te verzoenen. Dit met als doel van de best mogelijke vrijwaring van de rechten van schuldeisers. Waar bij de vroegere regeling van het gerechtelijk akkoord nog sprake was van een gunstregime voor fiscale schuldvorderingen, was het in 2009 de bedoeling om schuldvorderingen van fiscus en van handelaars of handelsvennootschappen op gelijke voet te behandelen. De belastingadministratie kreeg aldus de rang van gewone schuldeiser, op één vergetelheid van de wetgever na.

Opschorting

In de WCO werd immers een procedure tot gerechtelijke reorganisatie voorzien, die leidt tot een periode van opschorting. Gedurende deze periode krijgt een schuldenaar in financiële moeilijkheden de kans een reorganisatieplan op te stellen. (afbetalingsplan, schuldreductie, etc.) Alsook de continuïteit van zijn onderneming te vrijwaren. Belangrijk bij deze poging tot gerechtelijke reorganisatie is dat de schuldenaar tijdens deze periode bescherming geniet. Dit aangezien schuldeisers onder meer geen beslag kunnen leggen. De wetgever zag echter de mogelijkheid tot een wettelijke hypotheek van de fiscus na aanvang van die opschortingsperiode over het hoofd. Hierdoor zou de belastingadministratie alsnog als bevoorrechte schuldeiser erkend kunnen worden. Krachtens artikel 425 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen (92) en artikel 86 van het Btw-wetboek heeft de fiscus immers een wettelijke hypotheek. Dit op alle goederen van de schuldenaar, maar hij moet deze wel laten inschrijven.

Bevoorrechte positie na de WCO-procedure

Het Grondwettelijk Hof maakt nu komaf met deze sluwe werkwijze van de fiscus die ertoe zou leiden dat ze een bevoorrechte positie heeft na de WCO-procedure. Aldus wordt het evenwicht tussen de schuldeisers hersteld en het initiële doel van de wetgever geëerbiedigd. Het Hof oordeelde immers dat de handelswijze van de fiscus, die een hypotheek laat inschrijven gedurende de periode van opschorting, afbreuk doet aan de rechten van de andere schuldeisers en dus in strijd is met de wil van de wetgever om de gelijkheid van de schuldeisers te beschermen.

Belangrijk om op te merken is dat het Hof niet zelf de betrokken wetsbepaling (artikel 31 WCO) vernietigt. Het is de rechter die in de toekomst de ‘voldoende nauwkeurige en volledige’ bewoordingen grondwetsconform moet interpreteren zodat voortaan private en publieke schuldeisers over dezelfde kam geschoren worden en het achterpoortje van de fiscus definitief gesloten blijft.

Lees hier meer blogitems.

Auteurs: Alexander Delafonteyne en Méhdi Zagheden

Share