Everest Tax

Fiscale visitatie: gemotiveerde machtiging van de politierechter vereist

De fiscus heeft verschillende onderzoeksmogelijkheden. In het kader van de inkomstenbelastingen is de fiscale visitatie daar één van (art 319 WIB). De fiscus mag de toegang eisen tot de ruimten waar de belastingplichtige (vermoedelijk) werkzaamheden verricht.

Wanneer het een particuliere woning betreft, kan de fiscus de huiszoeking enkel tussen vijf uur ’s morgens en negen uur ’s avonds verrichten, en moet deze eerst in het bezit zijn van een machtiging van de politierechter. Met welke elementen de politierechter rekening moet houden voor een dergelijke machtiging, verduidelijkt de wet niet. Ook stelt zich de vraag of de visitatie ook mag bij een andere persoon dan de belastingplichtige.

 

Gerechtvaardigde inmenging in het privéleven?

Het fiscaal visitatierecht vormt een inbreuk op het recht op privéleven (art 8 EVRM). Dergelijke inmenging is gerechtvaardigd wanneer er een wettelijke basis is die een legitiem doel nastreeft en de inbreuk noodzakelijk is om dat doel te bereiken.

Een wettelijke basis is voorhanden, maar is eerder vaag omschreven. Zo heeft het Grondwettelijk Hof (12 oktober 2017, nr. 116/2017) eerder al moeten verduidelijken dat de fiscus zich niet manu militari toegang mag verschaffen en de belastingplichtige. Ook beschikken de belastingambtenaren, eens ze toegang verkrijgen, niet over een actief zoekrecht. Gesloten kasten blijven gesloten, tenzij de belastingplichtige of diens gemachtigde het verzoek om deze te openen inwilligt.

Met betrekking tot het fiscaal visitatierecht ten aanzien van woningen voorziet de wetgever in bijkomende voorwaarden. Zo mag deze huiszoeking enkel plaatsvinden tussen vijf uur ’s morgens en negen uur ’s avonds. Daarnaast is een machtiging van de politierechter vereist. Hier moet men opmerken dat de wetgever geen instructies geeft aan de politierechter, die hem helpen in de beoordeling of een machtiging al dan niet gegeven kan worden in een bepaald geval.

 

fiscale visitatie

 

Machtiging door politierechter

Recentelijk sprak het Grondwettelijk Hof (27 juni 2019, nr. 104/2019) zich uit over de vereisten waaraan de machtiging van de politierechter moet voldoen. Dit arrest kwam er naar aanleiding van een pretaxatiegeschil waar een machtiging tot fiscale visitatie in de privéwoning van een bestuurder van een vennootschap verleend werd door de politierechter. De Bijzonder Belastinginspectie motiveerde in haar aanvraag niet welke gegevens of vermoedens de oorzaak waren voor het verzoek tot visitatie. Bijgevolg had de politierechter niet de nodige gegevens om gemotiveerd een machtiging te verlenen. Zo lijkt het alsof een loutere aanvraag tot visitatie automatisch leidt tot een machtiging.

Het Grondwettelijk Hof bevestigt dat het fiscaal visitatierecht een inbreuk vormt in het recht op de onschendbaarheid van de woning. Een effectieve waarborg tegen misbruik moet aanwezig zijn en dit bestaat uit het optreden van een onafhankelijke en onpartijdige magistraat, met name de politierechter. Deze is in staat om de voorgelegde feiten na te gaan en te beoordelen of de inmenging noodzakelijk en evenredig is met het te bereiken doel. De machtiging die verleend wordt is specifiek. Er wordt een machtiging verleend voor een welbepaald onderzoek van een welbepaalde woning. Deze wordt gegeven en geldt enkel voor de personen op wiens naam de toestemming is verleend.

Wanneer de afweging van de in het geding zijnde belangen door de politierechter en de door hem bepaalde modaliteiten niet in de motivering van de machtiging zouden worden opgenomen, zou de rechterlijke controle worden belemmerd van de regelmatigheid van de fiscale visitatie en het verkregen bewijs. Als er dus geen motivering is van de machtiging van de politierechter, is de inmenging in het privéleven niet gerechtvaardigd wegens gebrek aan evenredigheid.

Dit houdt volgens het Grondwettelijk Hof in dat een motivering voor het verlenen van de machtiging noodzakelijk is, maar wel beknopt mag zijn. Een verwijzing naar en een overname van de vermeldingen in de aanvraag tot machtiging of de bijgevoegde stukken kan volstaan op voorwaarde dat deze aan tegenspraak worden onderworpen, behalve wanneer daardoor een ander grondrecht of beginsel op onevenredige wijze zou worden uitgehold.

Deze rechtspraak ligt in lijn met wat eerder werd geoordeeld in zaken betreffende het sociaal visitatierecht en het visitatierecht inzake douane en accijnzen. Ook daar werd geoordeeld dat een uitdrukkelijke motivering van de machtiging moet gegeven worden.

Wanneer de machtiging van de politierechter voor een fiscale visitatie niet gemotiveerd is, kan deze nietig verklaard worden. Dit heeft tot gevolg dat de bewijswaarde van de tijdens de huiszoeking gevonden stukken aangetast is. Dit gebrek kan niet verholpen worden op basis van de zogenaamde Antigoon-leer.

 

Fiscale visitatie bij een derde

De vraag omtrent de motivering van de machtiging tot visitatie is niet het enige probleem waar recent een uitspraak over gedaan werd. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft zich uitgesproken over de vraag of een belastingplichtige zich kan beroepen op de onrechtmatigheid van een fiscale visitatie die in de privéwoning van een derde uitgevoerd werd.(EHRM 26 juli 2018, Gohe t. Frankrijk) Verrassend genoeg zag het Hof hier geen graten in. De bewijzen die men verkrijgt door een visitatie bij een derde, worden niet beschermd in hoofde van de belastingplichtige door het recht op onschendbaarheid van de woning en is deze niet het slachtoffer van een verdragsschending.

 

Besluit

Een machtiging verleend door de politierechter voor een fiscale visitatie moet specifiek zijn. Deze wordt naar aanleiding van een bepaalde aanvraag verleend en dient voor een welbepaalde woning van een welbepaald persoon. De politierechter steunt zich op de feiten voorgesteld in de aanvraag om een motivering te formuleren die de machtiging rechtvaardigt. Het automatisch verlenen van een machtiging ten gevolge van een aanvraag mag dus niet, of men loopt het risico dat de bewijswaarde van de gevonden stukken tijdens de visitatie is aangetast.

Een belastingplichtige kan daarentegen geen rechten putten uit een onrechtmatige visitatie bij een derde.

Auteurs: Elodie Blancke & Alexander Delafonteyne

Share
Tags: ,